De leasefiets is officieel door de grens van 100.000 exemplaren in Nederland gegaan en groeit snel als alternatief voor woon-werkverkeer, zo blijkt uit cijfers van de Vereniging Nederlandse Autoleasemaatschappijen en mobiliteitsbedrijf Ayvens.
Waar de leasefiets een paar jaar geleden nog voorzichtig op gang kwam, lijkt hij inmiddels stevig ingeburgerd. Vooral zakelijke gebruikers stappen massaal over, geholpen door werkgevers die de fiets steeds vaker opnemen in hun arbeidsvoorwaarden. Volgens Ayvens groeide het aantal leasefietsen tussen 2024 en 2025 met 37 procent. Daarmee schuift de fiets langzaam op van “leuk extraatje” naar serieuze concurrent van de auto — al zal de file daar voorlopig nog niet van verdwijnen.
Opvallend is dat werknemers niet alleen vaker kiezen voor een leasefiets, maar ook voor duurdere modellen. In het eerste kwartaal van 2026 lag de gemiddelde prijs op 3.839 euro, tegenover 3.648 euro eerder. Dat heeft vooral te maken met de populariteit van e-bikes, die inmiddels goed zijn voor zo’n 90 procent van de leasefietsen. Logisch ook: met elektrische ondersteuning wordt een rit van twintig kilometer ineens een stuk minder heroïsch (en zweterig).
Die groei is mede te danken aan de fiscale regeling die sinds 2020 geldt. Werknemers betalen een bijtelling van 7 procent, waardoor de kosten overzichtelijk blijven. Simpel gezegd: je levert een klein stukje salaris in en krijgt daar een relatief luxe fiets voor terug. Werkgevers profiteren ondertussen van gezondere werknemers en een groener imago — iets waar menig HR-afdeling tegenwoordig niet vies van is.
De opmars van de leasefiets past in een bredere trend waarin bedrijven zoeken naar duurzamere mobiliteit. Niet iedereen krijgt immers een auto van de zaak, en een e-bike blijkt voor veel mensen een verrassend praktische oplossing. De mijlpaal van 100.000 leasefietsen laat zien dat Nederland, toch al geen onbekende in fietsland, zijn mobiliteit langzaam maar zeker opnieuw uitvindt — dit keer met een beetje fiscale hulp.

