Donker silhouet van een elektrische auto met feloranje, pulserende energielijnen die door het chassis lopen, tegen een donkere achtergrond.
Een plaatje van een elektrische auto. Om dit even lekker te illustreren.

Auto van de toekomst is een app op wielen: software nu belangrijker dan elektrisch

De auto-industrie heeft een nieuwe obsessie en die heeft verrassend weinig met pk’s of stekkers te maken. Steeds meer autofabrikanten zien software als het kloppend hart van hun toekomstige modellen. Inmiddels noemt 45 procent van de autofabrikanten en hun belangrijkste leveranciers de overstap naar zogeheten software-defined vehicles hun hoogste strategische prioriteit. Daarmee schuift software zelfs elektrische aandrijving en rijhulpsystemen opzij, zo blijkt uit nieuw onderzoek van IoT Analytics, dat dit concludeert op basis van enquêtes en interviews in de sector.

Een software-defined vehicle – vaak afgekort tot SDV – is in feite een auto die zich gedraagt als een smartphone. Functies zitten niet meer vastgeschroefd in hardware, maar worden geregeld via software die je op afstand kunt aanpassen. Nieuwe rijhulpsystemen, betere prestaties of extra comfortfuncties komen simpelweg binnen via een update. De garage wordt daarmee steeds meer een wifi-netwerk, en minder een plek met bruggen en olievlekken.

Onderhuids verandert er minstens zoveel. Autofabrikanten gooien hun elektrische architectuur op de schop en stappen massaal over op zogenoemde zonale systemen. Daarbij worden tientallen losse computers vervangen door enkele krachtige centrale rekenunits. Het resultaat: minder kabels, minder gewicht en een productieproces dat eindelijk iets meer lijkt op dat van een moderne laptop dan op dat van een klassieke auto. Meer dan 90 procent van de fabrikanten heeft deze koers ingezet en ongeveer 80 procent is al bezig met de verbouwing achter het dashboard.

‘Tekort aan softwarekennis’

Niet iedereen loopt daarin even hard. Merken die van nature al software-gedreven zijn, zoals Tesla en Rivian, lopen voorop. Ook Chinese fabrikanten als BYD en NIO ontwikkelen in hoog tempo nieuwe modellen. Traditionele autobouwers worstelen vaker met een tekort aan softwarekennis en interne cultuurverschillen. Dat probleem wordt deels opgelost met hulp van kunstmatige intelligentie, die programmeurs ondersteunt bij het bouwen en testen van voertuigsoftware – de auto schrijft dus een beetje aan zichzelf mee.

Toch blijft niet alles ‘in de cloud’. Updates op afstand zijn populair, maar uit angst voor hacks houden fabrikanten kritieke software liever op eigen servers. De auto mag dan steeds slimmer worden, volledig loslaten durft de industrie nog niet. Voorlopig blijft het dus een spannende mix van hightech en gezonde achterdocht.

Ik wil van mijn auto af (..).