Gedeelde verantworodelijkheid in de markt.
Gedeelde verantwoordelijkheid.

Zorgplicht en consumentenbescherming: kansspelrecht in beweging

Het Nederlandse kansspelrecht heeft de afgelopen jaren een flinke make-over gekregen. Met de invoering van de Wet Kansspelen op afstand (Koa) is online gokken uit het grijze gebied gehaald en onder een strak gereguleerd regime geplaatst. Waar aanbieders en spelers jarenlang opereerden in een soort niemandsland, staat nu één ding centraal: bescherming van de consument.

Voor juristen en beleidsmakers draait het debat vooral om de zogenoemde zorgplicht. Hoe ver moet een aanbieder gaan om spelers te beschermen tegen overmatig of problematisch speelgedrag? En waar eindigt de eigen verantwoordelijkheid van de speler?

Van vrije keuze naar gedeelde verantwoordelijkheid

In het klassieke consumentenrecht wordt de consument vaak gezien als een rationele beslisser die zelf afwegingen maakt. De wetgever heeft bij online kansspelen echter erkend dat die rationaliteit niet altijd overeind blijft. Kansspelen kunnen verslavend zijn, en precies daarom legt de Wet Koa een actieve verantwoordelijkheid bij vergunninghouders.

Aanbieders moeten speelgedrag continu monitoren en ingrijpen zodra er signalen zijn van onmatigheid. Daarmee zijn zij niet langer alleen aanbieder, maar ook toezichthouder: een poortwachter die moet voorkomen dat spelers zichzelf voorbijlopen. Het is een duidelijke verschuiving van ‘eigen schuld, dikke bult’ naar gedeelde verantwoordelijkheid.

Data, toezicht en privacy: een lastige balans

Om dit te kunnen waarmaken, is data onmisbaar. Hoe vaak logt iemand in? Worden speellimieten opgezocht? Is er ineens sprake van veel hogere inzetten? Dit soort patronen moet worden geanalyseerd om risico’s vroeg te signaleren.

Tegelijkertijd wringt dit met de regels uit de AVG. Het gaat om gevoelige persoonsgegevens, die alleen onder strikte voorwaarden mogen worden verwerkt. Aanbieders balanceren dus op een dun koord: te weinig monitoren kan leiden tot sancties van de Kansspelautoriteit, te veel of slordig monitoren kan juist privacyproblemen opleveren.

Juridische praktijk in ontwikkeling

Een partij die opereert binnen dit spanningsveld is 711.nl, een voorbeeld van een vergunninghouder die moet navigeren tussen strenge complianceregels en commerciële belangen. Voor de juridische praktijk is het interessant om te zien hoe de rechtspraak zich hierover zal ontwikkelen. Wanneer is een interventie tijdig? En wat is de bewijslast als een speler claimt dat de zorgplicht is geschonden? De eerste jurisprudentie wijst erop dat de zorgplicht niet vrijblijvend is; rechters toetsen streng of de aanbieder voldoende proactief is geweest.

De eerste uitspraken laten zien dat rechters de zorgplicht serieus nemen. Van vrijblijvendheid is geen sprake: aanbieders worden kritisch getoetst op hun proactieve handelen.

De rol van het CRUKS-register

Een belangrijk instrument binnen het stelsel is het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS). Via dit register kunnen spelers tijdelijk of langdurig worden uitgesloten van deelname aan kansspelen. Dat kan op eigen verzoek, maar ook onvrijwillig, bijvoorbeeld op initiatief van een aanbieder of een naaste.

Vooral die onvrijwillige inschrijving is juridisch gevoelig. Het is een ingrijpende maatregel die raakt aan persoonlijke vrijheid. Daarom is de procedure streng gereguleerd en ligt de uiteindelijke beslissing bij de Kansspelautoriteit, die een zorgvuldige belangenafweging moet maken.

Een markt die nooit ‘af’ is

Voor advocaten en bedrijfsjuristen is het kansspelrecht een dynamisch vakgebied waarin bestuursrecht, privaatrecht en IT-recht samenkomen. De regels blijven in beweging, gevoed door nieuwe inzichten, maatschappelijke discussie en politieke druk.

Dat onderstreept een bredere realiteit: regulering van digitale markten is nooit klaar. Het vraagt om voortdurende afstemming tussen wetgever, toezichthouder en praktijk om de balans te bewaren tussen een open markt en een veilige omgeving voor de burger.