De Olympische vlag
Kiek die vlag eens wapperen dan! Beeld: Douglas Schneiders via Unsplash

Olympische Winterspelen 2026: deze Nederlanders maken kans op goud op het ijs

De Olympische Winterspelen 2026 worden voor Nederland opnieuw in grote mate een schaatstoernooi. Dat is geen aanname, maar een patroon dat zich al decennia herhaalt. Vrijwel alle Nederlandse wintermedailles komen traditioneel van de langebaan, en richting Milaan en Cortina d’Ampezzo is dat beeld niet wezenlijk veranderd. De namen zijn grotendeels bekend, de kwalificatiestructuur is helder en ook de momenten waarop het moet gebeuren liggen in grote lijnen vast.

Wie de Spelen wil volgen, leest in het eerder verschenen artikel Olympische Winterspelen 2026 kijken: Milaan–Cortina gratis volgen doe je zo precies waar dat kan. De volgende vraag is onvermijdelijk: wie maken daadwerkelijk kans op goud, wanneer moeten ze schaatsen en waarom juist zij?

Hoe de schaatsselectie werkt: de matrix uitgelegd

De Nederlandse schaatsselectie voor de Spelen komt niet tot stand via één wedstrijd of een losse aanwijzing. De basis is wat binnen de schaatswereld vaak de kwalificatiematrix wordt genoemd. Die veel te ingewikkelde matrix bestaat uit twee lagen. Eerst verdient Nederland startplekken per afstand via de internationale World Cups en kampioenschappen, georganiseerd door de International Skating Union. Hoe beter Nederlandse rijders daar presteren, hoe meer olympische startplaatsen het land krijgt. Wij krijgen nu 9 mannen en 9 vrouwen aan de start. Wie dat zijn? Een uitleg.

De basis van TeamNL Langebaan ligt bij het Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT), dat van 26 tot en met 30 december werd verreden in Thialf. De uitslagen van dat toernooi vormden het uitgangspunt voor de selectievolgorde. Per afstand mag Nederland maximaal drie rijd(st)ers afvaardigen, met uitzonderingen voor de 5.000 meter vrouwen, de 10.000 meter mannen en de massastart (maximaal twee).

Logo van de Olympische Winterspelen 2026.

Op basis van die volgorde kwamen negen vrouwen en negen mannen in beeld. De selectiecommissie had daarnaast per sekse ruimte voor maximaal drie aanwijsplekken, onder meer om de ploegenachtervolging en massastart zo sterk mogelijk te bezetten. Bondscoach Rintje Ritsma speelde daarin een doorslaggevende rol.

Dat betekent dat nu vaststaat wie Nederland vertegenwoordigt, op welke afstanden zij starten en waar de grootste medaillekansen liggen. De selectie is het resultaat van een strak kwalificatiesysteem, waarin prestaties op het ijs zwaarder wegen dan reputatie, maar waarin ook bewust is gekozen voor rijders die internationaal bewezen kansrijk zijn.

Wie wil weten waar deze races live te volgen zijn, leest daar alles over in het eerder verschenen artikel Olympische Winterspelen 2026 kijken: Milaan–Cortina gratis volgen doe je zo. Hieronder draait het om de sportieve kern: wie, wanneer en waarom goudkandidaat.

Welke Nederlanders maken kans op goud? Per onderdeel

Sprint: 500 en 1000 meter vrouwen

Op de korte afstanden behoren Femke Kok en Jutta Leerdam tot de absolute wereldtop. Kok is geplaatst op zowel de 500 als 1000 meter en geldt vooral op de 500 meter als uitgesproken goudkandidaat. Leerdam kreeg, ondanks een misser op het OKT, een aanwijsplek op de 1000 meter. De KNSB noemt haar expliciet een medaillekandidaat en grote kanshebber op goud, op basis van haar internationale dominantie van de afgelopen twee seizoenen.

  • 500 meter: zaterdag 14 februari 2026
  • 1000 meter: maandag 9 februari 2026
Gaat ze toch goud pakken, die Jutta? Beeld: video van schaatsbond.

Sprint: 500 en 1000 meter mannen

Bij de mannen ligt de sprint in handen van Jenning de Boo, Joep Wennemars en Kjeld Nuis. De Boo start op zowel 500 als 1000 meter en geldt als een van de meest explosieve sprinters van het veld. Wennemars is breed inzetbaar en Nuis brengt olympische ervaring mee, vooral op de 1000 en 1500 meter.

Wedstrijddagen:

  • 1000 meter: woensdag 11 februari 2026
  • 500 meter: zondag 15 februari 2026

Midden- en lange afstanden vrouwen

Op de 1500 en 3000 meter vrouwen is Nederland uitzonderlijk sterk bezet met Marijke Groenewoud, Joy Beune en Antoinette Rijpma-De Jong. Groenewoud en Beune starten ook op de 3000 meter, waar podiumkansen realistisch zijn. De 5.000 meter vrouwen wordt gereden door Merel Conijn en Bente Kerkhoff, met Conijn als meest uitgesproken medaillekandidaat. Joy Beune rijdt niet de 1500 meter, die gek genoeg slechts 4e werd tijdens het OKT.

Wedstrijddagen:

  • 1500 meter: donderdag 12 februari 2026
  • 3000 meter: zaterdag 7 februari 2026
  • 5000 meter: donderdag 12 februari 2026

Lange afstanden mannen

Bij de mannen liggen de Nederlandse kansen op de 5.000 en 10.000 meter bij Stijn van de Bunt, Chris Huizinga, Marcel Bosker en Jorrit Bergsma. Vooral Bergsma en Van de Bunt zijn interessant op de langste afstanden, waar ervaring en inhoud vaak zwaarder wegen dan pure snelheid.

Wedstrijddagen

  • 5000 meter: zondag 8 februari 2026
  • 10000 meter: vrijdag 13 februari 2026

Massastart en ploegenachtervolging

De massastart is traditioneel een kansrijk nummer voor Nederland. Bij de vrouwen starten Groenewoud en Kerkhoff, bij de mannen Bergsma en Van de Bunt. De ploegenachtervolging bij de mannen, met Huizinga, Van de Bunt en Bosker, wordt door de KNSB expliciet als medaillekansrijker beschouwd dan een extra individuele startplek. Dat was doorslaggevend bij de keuze voor Bosker als aanwijsrijder.

Massastart

mannen en vrouwen: zaterdag 14 februari 2026

Ploegenachtervolging

Wedstrijddagen:

  • Halve finales: maandag 16 februari 2026
  • Finales: dinsdag 17 februari 2026

Wanneer moeten de Nederlanders schaatsen?

Het langebaanschaatsen op de Winterspelen staat gepland van 7 tot en met 17 februari 2026. De meeste individuele finales, waaronder de sprint- en middenafstanden waar Nederland het meest kansrijk is, vallen tussen 8 en 15 februari. Juist in die periode worden de meeste Nederlandse medailles verwacht.

Dag-tot-dag kijk-agenda TeamNL schaatsen

Klik op een dag voor onderdelen, Nederlandse deelnemers en medaillekansen.

Zaterdag 7 februari – 3000 meter vrouwen

Nederland: Marijke Groenewoud, Joy Beune, Merel Conijn

Eerste grote Nederlandse kans op de langebaan. Podium ligt hier direct binnen bereik.

Zondag 8 februari – 5000 meter mannen

Nederland: Stijn van de Bunt, Chris Huizinga, Marcel Bosker

Klassieke langeafstand waar Nederland structureel meedoet om eremetaal.

Maandag 9 februari – 1000 meter vrouwen

Nederland: Jutta Leerdam, Femke Kok

Een van de meest kansrijke Nederlandse gouddagen van de Spelen.

Woensdag 11 februari – 1000 meter mannen

Nederland: Jenning de Boo, Joep Wennemars, Kjeld Nuis

Open sprintafstand met meerdere Nederlandse podiumkandidaten.

Donderdag 12 februari – 1500 en 5000 meter vrouwen

1500 meter: Antoinette Rijpma-De Jong, Femke Kok, Marijke Groenewoud

5000 meter: Merel Conijn, Bente Kerkhoff

Dubbele Nederlandse medailledag.

Vrijdag 13 februari – 10.000 meter mannen

Nederland: Stijn van de Bunt, Jorrit Bergsma

De ultieme duurtest. Ervaring speelt hier een grote rol.

Zaterdag 14 februari – 500 meter en massastart

500 meter vrouwen: Femke Kok, Jutta Leerdam

Massastart vrouwen: Marijke Groenewoud, Bente Kerkhoff

Massastart mannen: Jorrit Bergsma, Stijn van de Bunt

Drie Nederlandse kansen op één dag.

Zondag 15 februari – 500 meter mannen

Nederland: Jenning de Boo, Joep Wennemars

Explosief sprintnummer, vaak beslist op duizendsten.

Maandag 16 en dinsdag 17 februari – ploegenachtervolging

Nederland: Chris Huizinga, Stijn van de Bunt, Marcel Bosker

Halve finales op maandag, finale op dinsdag. Reële kans op eremetaal.