De deep researchfunctie van ChatGPT is duidelijk. Spanje wint het WK voetbal 2026. In dit artikel leggen we uit waarom ChatGPT tot die berekening is gekomen en of dat enigszins klopt.
Er zijn WK’s waarin het antwoord al bijna vaststaat. Brazilië met Ronaldo. Spanje met Xavi en Iniesta. Frankrijk met Mbappé. En er zijn WK’s waarin de waarheid zich pas in de extra tijd van een halve finale openbaart, ergens ver weg van huis, op een broeierige avond waarop zelfs de favorieten ineens menselijk blijken.
Het WK van 2026 hoort duidelijk bij die tweede categorie. Niet alleen omdat het toernooi groter is dan ooit – 48 landen, verspreid over de Verenigde Staten, Canada en Mexico – maar vooral omdat het format het toeval meer ruimte geeft. Meer wedstrijden, meer knock-outrondes, meer momenten waarop één misstap fataal kan zijn.

De vraag “wie wordt wereldkampioen?” is daardoor interessanter dan ooit. En precies daarom loont het om hem eens systematisch te benaderen. Niet met onderbuikgevoel of patriottisme, maar met een model dat probeert te vangen hoe een WK echt wordt gewonnen.
Eerst het antwoord, dan de uitleg
Als je alles bij elkaar optelt – teamkwaliteit, groepsindeling, het nieuwe toernooischema en de onvermijdelijke grilligheid van interlandvoetbal – dan komt er één land als meest waarschijnlijke wereldkampioen uit de bus:
Spanje.
Niet omdat Spanje onklopbaar is, maar omdat het over zes à zeven wedstrijden gezien simpelweg het vaakst “net iets beter” is dan de rest. En in een toernooi waar niemand foutloos blijft, is dat vaak genoeg. Overigens riep ChatGPT voor de WK-loting dit ook al.
Daarachter volgt een bekende rij: Argentinië, Frankrijk, Engeland, Brazilië. En dan, net onder die absolute top, staat Nederland. Niet als topfavoriet, maar ook zeker niet als figurant.

Hoe bereken je zoiets eigenlijk?
Laten we één misverstand meteen opruimen: dit is geen glazen bol. Niemand kan een WK voorspellen. Wat je wél kunt doen, is berekenen hoe vaak een land wereldkampioen wordt als je het toernooi duizenden keren opnieuw laat afspelen onder realistische aannames.
Dat is wat we hier hebben gedaan. Of eigenlijk ChatGPT. En wel zo.
Stap 1: hoe sterk is een land echt?
In plaats van FIFA-rankings (die vaak achterlopen) is gewerkt met Elo-ratings. Dat systeem kijkt naar:
- recente resultaten
- de sterkte van tegenstanders
- het belang van wedstrijden
Zo krijgt Spanje een hogere rating dan bijvoorbeeld Duitsland, niet omdat het een grotere naam heeft, maar omdat het de afgelopen jaren structureel beter presteerde tegen sterke tegenstand.
Nederland zit in die ratings stevig in de subtop: duidelijk boven landen als Japan of Senegal, maar net onder de echte grootmachten.
Stap 2: voetbal is geen schaken
Een model dat zegt dat Spanje in 70 procent van de gevallen wint van Kroatië, liegt niet – maar vergeet wel dat WK-wedstrijden zelden “normaal” zijn. Rode kaarten, penalty’s, zenuwen, een keeper in bloedvorm: het hoort er allemaal bij.
Daarom zijn de krachtsverschillen bewust afgevlakt. Favorieten blijven favoriet, maar niet zo dominant als op papier. Dat maakt verrassingen mogelijk, zonder dat het een loterij wordt.
Stap 3: de groepsfase is geen formaliteit meer
Met 12 groepen en 8 beste nummers drie die doorgaan, is “gewoon tweede worden” vaak genoeg. Dat klinkt comfortabel, maar het maakt de knock-outfase juist gevaarlijker.
Want wie derde wordt in een sterke groep, kan alsnog door – en vervolgens in de eerste knock-outronde een topland treffen. Dat is precies waar het nieuwe WK-format zijn tanden laat zien.
Stap 4: alles duizend keer opnieuw
De groepsfase, de doorstroom van nummers drie, het knock-outschema: het hele toernooi is tienduizenden keren gesimuleerd. Telkens met kleine variaties. Soms loopt alles logisch, soms vliegt een favoriet er vroeg uit.
Aan het eind blijft één vraag over: wie staat er het vaakst met de beker?
De top 10 kanshebbers
Dit is de uitkomst van dat proces:
- Spanje – ca. 18%
- Argentinië – ca. 11%
- Frankrijk – ca. 8%
- Engeland – ca. 7%
- Brazilië – ca. 5%
- Colombia – ca. 5%
- Portugal – ca. 4,5%
- Nederland – ca. 4%
- Ecuador – ca. 3,5%
- Kroatië – ca. 3%
Wat meteen opvalt: niemand komt zelfs maar in de buurt van “zeker”. Spanje wint in dit model minder dan één op de vijf WK’s. Dat zegt misschien nog wel meer over het toernooi dan over Spanje.
En Nederland dan?
Voor Nederland begint alles in een groep met Japan, Tunesië en een nog onbekende Europese play-offwinnaar. Op papier een groep waarin Oranje moet doorkomen. Maar het wordt pas echt interessant daarna.
Het knock-outpad kan Nederland al vroeg richting landen als Brazilië of Marokko sturen. Dat zijn geen wedstrijden waarin je rustig kunt groeien in het toernooi. Dat zijn wedstrijden waarin je moet presteren, of naar huis gaat.
Dat is precies waar de rol van Ronald Koeman zichtbaar wordt. Koeman is geen coach die leeft van bravoure. Hij bouwt zijn elftallen pragmatisch, met structuur en discipline. In een toernooi waarin één slechte avond fataal is, kan dat een voordeel zijn.
Met spelers als Virgil van Dijk, Frenkie de Jong en Cody Gakpo heeft Nederland genoeg kwaliteit om iedereen pijn te doen. Maar het verschil met Spanje of Frankrijk zit in de breedte en de foutmarge. Oranje kan het winnen van een topland. Maar het moet dat waarschijnlijk meerdere keren doen.
Waarom Spanje bovenaan eindigt
Spanje profiteert van drie dingen tegelijk:
- een extreem hoge basissterkte
- veel spelers die gewend zijn om onder druk te domineren
- en een spelstijl die minder afhankelijk is van één moment of één sterspeler
Waar landen met een absolute vedette kwetsbaar zijn als die een mindere dag heeft, is Spanje meer een machine. Niet onfeilbaar, wel betrouwbaar.
In een lang toernooi is dat goud waard.
Hoe geloofwaardig is dit allemaal?
Eerlijk antwoord: redelijk, maar niet heilig.
Sterk:
- het model is transparant
- het sluit aan bij hoe bookmakers en analisten de verhoudingen zien
- het houdt rekening met het nieuwe WK-format
Zwak:
- blessures, vormpieken en selectie-keuzes ontbreken
- exacte knock-outpaden met “beste nummers drie” zijn lastig perfect te modelleren
- voetbal blijft emotie, en dat vang je nooit helemaal in cijfers
Maar als je vóór een WK iets zinnigs wilt zeggen over kansen, dan kom je ongeveer hier uit.
De kern in één zin
Het WK 2026 wordt geen parade van zekerheden. Spanje is de beste gok, Nederland een serieuze outsider. En alles daartussenin is precies waarom we straks weer nachtenlang wakker blijven voor een bal die soms net wel, en soms net niet, goed valt.
En dat is misschien wel de mooiste uitkomst van elke berekening.
De uitleg
Tot slot: voor de wiskunde-nerds en andere statistici – zo is het precies berekend
Oké, nu even de rekenmachine op tafel. Onder de motorkap is dit stuk gebaseerd op een Monte Carlo-model: je laat het WK zó vaak “opnieuw spelen” dat je uiteindelijk een stabiele schatting krijgt van de kans dat ieder land kampioen wordt. Het is geen toekomstvoorspelling, maar een systematische manier om onzekerheid te kwantificeren.
1) Input: teams, groepen en een sterktegetal per land
Voor elk land nemen we een sterkte-rating. In dit model is dat de World Football Elo Rating: een puntscore die stijgt of daalt op basis van resultaten, waarbij winst tegen sterke tegenstanders zwaarder telt dan winst tegen zwakke. Daarmee heb je een lijst met teams i met sterkte Ri, en je hebt de groepsindeling van het toernooi.
Waarom Elo? Omdat het (a) dynamischer is dan veel rankings en (b) direct ontworpen is om winstkansen te modelleren.
2) Van rating naar winstkans: Elo-logistiek
Voor een wedstrijd tussen team A en B reken je eerst het ratingverschil:
Δ = R_A − R_B
En zet je dat om naar een winstkans voor A via de standaard Elo-formule:
P(A wint) = 1 / (1 + 10^(−Δ/400))
3) Voetbal is grilliger dan de formule: “volatiliteit” (krimp van verschillen)
Interlands zijn rommeliger dan clubwedstrijden. Daarom is een pure Elo-vertaling vaak te “zeker”. Om dat te temperen, krimpen we het ratingverschil met factor k:
Δ' = k · Δ
Met k = 0,55 blijft het verschil tussen top en subtop zichtbaar, maar minder extreem.
Lager k geeft meer verrassingen; hoger k maakt favorieten dominanter.
4) Groepsfase: gelijkspel modelleren
In de groepsfase zijn gelijkspelen normaal. Daarom gebruiken we een vaste gelijkspelparameter d
(hier: d = 0,30):
- Met kans
dwordt het gelijk. - Met kans
1 − dwordt het geen gelijkspel, en dan bepaalt Elo wie wint.
Concreet:
P(gelijk) = d
P(A wint) = (1 − d) · P_elo(A)
P(B wint) = (1 − d) · (1 − P_elo(A))
Punten: winst = 3, gelijk = 1, verlies = 0.
5) Groepsrangschikking en tiebreakers (vereenvoudigd)
Na 6 groepswedstrijden rangschikken we op punten. Bij gelijke punten gebruiken we Elo als eenvoudige proxy voor doelsaldo/onderlinge resultaten. Dit houdt het model uitlegbaar, zonder scorelines te hoeven simuleren.
6) Wie gaan door?
Door naar de knock-outfase: de nummers 1 en 2 van elke groep (24 teams) plus de beste 8 nummers 3 (totaal 32). “Beste nummers 3” bepalen we op punten, en bij gelijk op Elo (proxy).
7) Knock-outfase: geen gelijkspel, wel “wie gaat door?”
In de knock-outfase abstraheren we verlenging/penalty’s tot één vraag: wie gaat door? We gebruiken daarvoor de Elo-winstkans zonder gelijkspel:
P(A doorgaat) = P_elo(A)
8) Het bracket: route bepalen (benadering)
De exacte Round-of-32 matchups hangen deels af van welke groepen de beste nummers 3 leveren. Daarom benaderen we het pad: groepswinnaars koppelen we aan niet-groepswinnaars, zonder directe rematches. Over veel simulaties geeft dit een bruikbare schatting van de verwachte padzwaarte.
9) Monte Carlo: tienduizenden WK’s
We simuleren het hele WK heel vaak (hier: 60.000 keer). Als Spanje 10.560 keer wint:
P(Spanje kampioen) ≈ 10560 / 60000 = 0,176 = 17,6%
Dit doen we voor alle landen en sorteren we op kampioenskans.
10) Voor- en nadelen
Pluspunten
- Transparant: aannames zijn zichtbaar en aanpasbaar.
- Toernooi-proof: extra rondes en format zitten automatisch in de berekening.
- Realistisch genoeg: favorieten winnen vaak, maar niet “zeker”.
Minpunten
- Geen blessures/vorm/selectie-nieuws als expliciete variabelen.
- Geen scorelines en dus doelsaldo expliciet gemodelleerd.
- Bracket-afhankelijkheid van “beste nummers 3” is benaderd, niet scenario-per-scenario exact.
Kortom: een solide kansmodel, geen waarzeggerij. Het vertelt niet wat er gaat gebeuren, maar hoe vaak iets zou gebeuren als je het WK heel vaak opnieuw laat afspelen onder redelijke aannames.

