Passantenaantallen in Nederlandse en Belgische winkelgebieden stabiliseren. Dat blijkt uit de meest recente meting van Locatus, dat dit voorjaar in tientallen winkelgebieden telde. De coronadip van 2020, die de bezoekersaantallen bijna halveerde, is deels hersteld — maar het oude niveau van voor de pandemie is nog steeds niet bereikt.
Het patroon verschilt sterk per locatie. In grote binnensteden als Rotterdam en Utrecht zijn de aantallen min of meer stabiel. De sterkste dalingen zien we in kleinere en perifere centra: Winschoten, Oss, Wijchen en Hoogvliet verloren bezoekers ten opzichte van vorige metingen. Dat past bij een bredere trend: consumenten concentreren hun winkelbezoek in grotere steden en kiezen bij kleinere plaatsen vaker voor online alternatieven.
Want die online-offline verschuiving speelt mee. We schreven eerder over Joybuy, de Chinese webgigant die Bol en Amazon uitdaagt in Nederland — de opkomst van steeds meer online kanalen maakt het voor kleinere winkelcentra moeilijker om bezoekers te trekken. Planmatige en overdekte winkelgebieden doen het relatief beter: de verdeling van passanten is er gelijkmatiger, terwijl in oudere stadscentra de drukte zich concentreert in één of twee hoofdstraten.
Opvallend: in België gaat het beter dan in Nederland. In vrijwel alle Belgische winkelgebieden die Locatus mat, was een stijging zichtbaar. Of dat een structureel verschil is of een inhaalslag na een langere herstelfase is nog niet duidelijk.
De stabilisatie in Nederland is op zichzelf een positief signaal — twee jaar geleden was het beeld nog dat het herstel aan het afvlakken was. Maar voor winkeliers in kleinere centra blijft de situatie kwetsbaar.

