Een nieuw boek van twee Volkskrant-journalisten legt bloot hoe invloedrijke techmiljardairs als Elon Musk, Jeff Bezos en Mark Zuckerberg de wereldorde proberen te vormen met futuristische ideeën die soms meer weg hebben van sciencefiction dan van beleid. De techbro’s verschijnt op 9 juni en positioneert zich nadrukkelijk als waarschuwing voor Europa en de rest van de wereld.
In het boek onderzoeken Laurens Verhagen en George van Hal de overtuigingen van Silicon Valley’s machtigste figuren. Volgens hen worden die ideeën niet alleen gedreven door technologische vooruitgang, maar ook door opvallend filosofische en soms ronduit dystopische denkbeelden. Denk aan dromen over onsterfelijkheid, superintelligente AI en zelfs een samenleving waarin democratische structuren minder belangrijk worden. Dat klinkt als een pitch voor een nieuwe Netflix-serie, maar de auteurs benadrukken dat deze visies daadwerkelijk invloed hebben op beleid en macht.
Opvallend is de link die het boek legt tussen deze toekomstfantasieën en politieke invloed. Nu de techsector steeds nauwer verweven raakt met de Amerikaanse politiek, stellen de auteurs dat de democratische rechtsstaat onder druk komt te staan.
Ze beschrijven hoe een kleine groep miljardairs niet alleen technologie ontwikkelt, maar ook actief nadenkt over hoe de samenleving ingericht moet worden — en daar de middelen voor heeft. Dat maakt hun ideeën, hoe futuristisch ook, ineens een stuk minder vrijblijvend.

Het boek probeert die complexe materie toegankelijk te maken voor een breed publiek. Lastige thema’s zoals kunstmatige intelligentie worden uitgelegd zonder te verzanden in technische details. Zo wordt AI niet beschreven als een abstract systeem, maar als technologie die steeds beter wordt in het nemen van menselijke beslissingen — iets wat handig kan zijn, maar ook risico’s met zich meebrengt als de controle ontbreekt.
De techbro’s. Hoe de futuristische fantasieën van enkele miljardairs de wereld veranderen in een nachtmerrie ligt vanaf 9 juni in de winkel en kost 27,99 euro. Het boek lijkt daarmee niet alleen bedoeld als analyse, maar ook als wake-upcall voor lezers die zich afvragen wie er eigenlijk aan de knoppen zit van de toekomst — en of dat wel zo’n geruststellende gedachte is.



