De hittegolf van 26 tot 29 juni 2026 was buiten al heet genoeg, maar binnenshuis was het voor veel Nederlanders nog erger. tado°, het Münchense bedrijf dat energiebeheer voor woningen maakt en daarvoor miljoenen thermostaten in Europa heeft hangen, analyseerde de data van meer dan 5 miljoen verbonden apparaten. De conclusie: 98 procent van de Nederlandse woningen bereikte tijdens de hittegolf een maximale binnentemperatuur van meer dan 25 graden Celsius. In 56 procent van de woningen liep de temperatuur zelfs op tot boven de dertig graden.
Dat is een opvallend hoog getal voor een land dat zichzelf niet beschouwt als een warm klimaat. De gemeten temperaturen zijn bovendien waarschijnlijk conservatief: de thermostaat hangt doorgaans in de woonkamer op de begane grond. Slaapkamers op de bovenverdieping en zolders zijn in Nederlandse rijtjeshuizen aanzienlijk warmer — in extreme gevallen vijf tot tien graden meer dan de woonkamer.
De Randstad had het zwaarst te verduren
Regionaal zijn er duidelijke verschillen. Zuid-Holland spant de kroon: in 62 procent van de woningen overschreed de binnentemperatuur de dertig graden. Utrecht volgt op 60 procent, Noord-Holland op 58 procent. Noord-Brabant en Limburg zitten op respectievelijk 57 en 55 procent. In de noordelijke provincies lag het aandeel lager — maar ook daar bereikte in meer dan een derde van de woningen de binnentemperatuur de dertig graden.

De stedelijke hitte-eilandwerking speelt mee: in dichtbebouwde gebieden als de Randstad houdt steen en asfalt de warmte langer vast dan in landelijke gebieden. Nieuwbouw is bovendien steeds beter geïsoleerd voor de winter, wat een averechtse werking heeft in de zomer: warmte die eenmaal binnen is, komt er moeilijk uit.
Luchtvochtigheid maakt het erger
Naast de temperatuur viel ook de luchtvochtigheid op. Tijdens de warmste dagen lag de mediane relatieve luchtvochtigheid in Nederlandse woningen rond de 60 procent, met een dauwpunt van ongeveer 21 graden. Die combinatie maakt warmte subjjectief veel zwaarder dan de temperatuur alleen suggereert. Het menselijk lichaam koelt via zweet, maar bij hoge luchtvochtigheid verdampt dat zweet minder goed. Het RIVM benadrukt dat niet alleen dagtemperaturen maar juist ook warme nachten en luchtvochtigheid de gezondheidsrisico’s tijdens hitte verhogen.

We schreven eerder al dat mannen thuis sneller naar de airco of ventilator grijpen terwijl vrouwen vaker de thermostaat regelen in de winter — ook tado°-data. Dat artikel schetste al een beeld van hoe slecht de meeste Nederlandse woningen zijn uitgerust voor hitte. De data van deze hittegolf bevestigt dat op grotere schaal.
Nederland in Europees perspectief
Vergeleken met andere Europese landen bevindt Nederland zich in de middenmoot. Alleen België, Luxemburg, Italië, Duitsland en Denemarken lieten een groter aandeel woningen boven de dertig graden zien. Dat is een verrassend rijtje: je zou verwachten dat Zuid-Europese landen als Italië of Spanje beter uitgerust zijn voor hitte, maar hun woningen zijn ook ouder en soms minder goed geïsoleerd — of juist té goed geïsoleerd voor de winter en daarmee ook warmte-absorberend in de zomer.
De bredere les is ongemakkelijk maar duidelijk: Nederlandse woningen zijn gebouwd voor kou, niet voor warmte. Naarmate hittegolven frequenter en intensiever worden, groeit de vraag naar koeling — en daarmee ook het energieverbruik. Een vicieuze cirkel die de komende jaren alleen maar urgenter wordt.


